arrow_drop_up arrow_drop_down

Het lachende dikkertje + 4 (levens)lessen

Iedereen heeft wel een vriend/vriendin, tante/oom, broer/zus, collega of iemand in zijn/haar directe omgeving die te zwaar is. Ik ook. Een maatje van me, laten we hem Billie noemen, is wat aan de zware kant. Ok, laten we het maar zeggen, hij is te dik. Met een BMI van 28 zit hij tegen de ondergrens aan van obesitas. Dit krijgt Billie dan ook vaak te horen vanuit z’n omgeving. ‘Zou je niet eens gaan sporten?’. ‘Let eens op wat je eet!’. ‘Dit is toch niet gezond?’. Ongetwijfeld heb je het ook wel eens gehoord, en misschien zelf ook wel eens gedacht. Over dit onderwerp heb ik veel met Billie gesproken, wat aanzienlijk mijn kijk op hem en ‘dikkere mensen’ jaren geleden – gelukkig – heeft veranderd. Hieruit heb ik me voor mezelf 4 levenslessen gefilterd, die ik graag met je deel in dit artikel.

Les 1: Mijn vooroordeel, mijn gebrek


Ja, in een ver verleden had ik een mening over dikke mensen, en reken maar dat ik overtuigd was van mijn mening. Dikke mensen zijn lui, eten absoluut niet goed (waarschijnlijk veel patat en pizza), houden niet van sporten, zijn vaak moe en sterven jong. Totdat ik Billie leerde kennen. Het mooie is dat hij al te dik is zolang ik hem ken, maar al m’n vooroordelen kwamen niet overeen. Hij werkt, sport regelmatig, heeft een goede baan, zit bomvol energie en eet gezonder dan de gemiddelde persoon die ik ken. Maar ja, hij eet ietwat te veel. En ja, Billie lust graag een biertje in het weekend. En patat. En pizza. Maar het maakt hem niets uit. En dat snapte ik niet. Hoe kun je nou alles op een rijtje hebben in je hoofd, maar niets om je lijf geven? Dat vroeg ik hem dan ook (gelukkig raakte ik dusdanig bevriend met Billie dat we het hierover kónden hebben). Zijn antwoorden landden niet meteen, maar toen dat eenmaal gebeurd was heeft dat – gevoelsmatig – echt mijn wereld verrijkt. Nádat ik er anders tegenaan ben gaan kijken zijn zulke ontzettend goede vriendschappen ontstaan. Ik geloof niet dat die er waren gekomen als ik in m’n gebrekkige bevooroordeelde staat tegen dingen aan was blijven kijken.

Les 2: Iedereen zijn visie is anders


Wat was nou het geval. Billie kwam van jongs af aan altijd bij z’n ome Karel. Z’n oom was een sportief persoon, had een sixpack, lette op wat hij at en stond positief in het leven. Op de een of andere manier had Billie een speciale band met hem opgebouwd. Ondanks het verschil in jaren leek het altijd alsof ze een bepaalde connectie hadden. In z’n 15e levensjaar kwam Billie terug van school en zat z’n moeder thuis huilend op de bank. ‘Wat is er aan de hand ma?’, vroeg Billie. ‘Vannacht is je ome Karel gestorven.. hartaanval’. Boem. BillieIedereen zijn visie is anders vertelde dat het als een bom binnen was gekomen. Hoe kon zíjn gezonde, sportieve, vrolijke ome Karel op veel te jonge leeftijd (54) nou een hartaanval krijgen? De dokter zei dat ome Karel een genetisch zwak hart had, waardoor het onvermijdelijk was dat hij op jongere leeftijd zou sterven..

Daar lig je dan, met een sixpack in je kist

Vanaf dat moment had Billie in ieder geval 1 ding besloten: hij wil maximaal genieten van z’n leven. Zich zorgen maken over je vetpercentage is verspilde tijd. Van de één op de andere dag kun je er niet meer zijn, dan lig je daar, met een sixpack in je kist.

Les 3: Is het aan mij om er iets van te vinden?


Toen eenmaal het een en ander doorgedrongen was bij me, dacht ik bij mezelf: hoe haal ik het eigenlijk in m’n hoofd om me er mee te bemoeien? Waar denk ik het récht 

Is het aan mij om er iets van te vinden?

vandaan te halen om tegen Billie te zeggen hoe hij z’n leven (gewicht technisch) moet leiden? Hij heeft energie, lacht de hele dag, ik kan ontzettend goed met hem opschieten, hij beweegt, is slim, maar geeft gewoon niet zoveel om z’n vetpercentage. Wie ben ík nou om daar iets van te vinden? Hij is uitermate goed in staat om zelf de – eventuele – risico’s in te

schatten van obesitas, maar hij kiest er bewust voor om zo z’n leven te leiden. Waarom zou ik daar wat aan willen veranderen? En dat waardeert hij ontzettend. Niemand zit ongevraagd te wachten op – goedbedoeld – advies. Helemaal niet als er een waardeoordeel aan ten grondslag ligt.

Les 4: Je leeft primair voor jezelf, met anderen


Iets wat Billie me wel geleerd heeft is dat je primair voor jezelf leeft, samen met anderen. Natuurlijk moet je rekening h

ouden met anderen. Maar in de kern leef je voor jezelf. Waarom zou je jezelf te kort doen omwille van (de mening van) een ander? Als jij nou zelf vindt dat jij je leven zo moet leiden, waarom zou je jezelf aanpassen op dat vlak? Omdat je anders niet in het perfecte plaatje (van een ander!) past? Daarnaast heb je als persoon véel meer zelfvertrouwen als je leeft zoals jij denkt dat je moet leven. Je staat dan in je kracht, je doet waar jij je goed bij voelt. Als je in die staat mensen om je heen verzamelt die jou accepteren zoals je dan bent, dan heb je m.i. de ideale situatie bereikt. Er zijn natuurlijk altijd situaties waarin je je moet aanpassen. Als je bijvoorbeeld net trotse ouder bent geworden zul je je soms moeten aanpassen omwille van je kind. Maar kíes er dan zelf voor om jezelf (tijdelijk) ‘op te offeren’, en laat níet (teveel) voor je kiezen. Gun dit ook een ander en respecteer die persoon zijn/haar keuzes hierin.

Conclusie


Vitaliteit bestaat uit vele onderdelen. Billie vult dit heel anders in dan iemand anders, en dat is goed. Hij is een ontzettend blij dikkertje (zo noemt hij zichzelf) en hij heeft hier totaal geen problemen mee. Sterker nog, hij zou hier waarschijnlijk problemen mee krijgen als hij zichzelf om ging vormen naar het ideaal van iemand anders.


Vind je dit artikel interessant en denk je dat meer mensen hier wat aan zouden kunnen hebben? Deel dit bericht dan via één van de deelknoppen. Dit wordt zeer gewaardeerd! Wanneer je iets aan dit artikel hebt gehad en/of als je nog vragen hebt omtrent dit onderwerp, lees ik dat graag in de reacties hieronder of in m’n community.

Reactie plaatsen