Neurotransmitters

Een neurotransmitter (‘overdrachtstof’) is een signaalstof. Deze signaalstof zit in synapsen, en draagt zenuwimpulsen over tussen zenuwcellen (neuronen) in het zenuwstelsel. Ook kunnen zij impulsen overdragen van zenuwreceptoren naar sensorische zenuwcellen, of (motorische) zenuwcellen op de spiercellen.In de hersenen zitten vele zenuwcellen. Dit zijn de neuronen. Deze cellen/neuronen dragen informatie over (‘communiceren’) via synapsen. Prikkels en informatie worden hierdoor doorgegeven. Deze informatie zijn de neurotransmitters. De neurotransmitters zorgen ervoor dat de hersenen goed kunnen functioneren (in contact met het lichaam/de spieren). De belangrijkste neurotransmitters zijn: de stimulerende soorten glutamaat en acetylcholine, en de remmende soorten GABA (gamma-amino-boterzuur)  en serotonine (5-HT). Ook dopamine en noradrenaline zijn van groot belang en deze transmitters zijn zowel remmend als stimulerend. Glutamaat ten eerste, speelt een grote rol bij het leren en het geheugen, en onze stemming. Acetylcholine zorgt voor spiersamentrekkingen, leren en een goed functionerende spijsvertering. Het remmende GABA maakt slaperig, vermindert concentratie en remt angsten. Serotonine heeft een rol in onze stemming, seksuele gevoelens en het geheugen. Dopamine zorgt voor een goede stemming (plezier en motivatie), sporten en bewegen, maar ook verslavingen. Ten slotte noradrenaline, welke bijdraagt aan ons geheugen en concentratie en de fight or flight reactie bij dreigende situaties. Een tekort of teveel aan de neurotransmitters, kunnen voor diverse ziekteverschijnselen zorgen. Met behulp van medicatie kunnen de neurotransmitters weer in balans worden gebracht waardoor dit bij kan dragen aan herstel of het niet verergeren van de ziekte. Enkele voorbeelden zijn: een tekort aan serotonine waardoor depressieve klachten kunnen ontstaan, teveel glutamaat kan Alzheimer of epilepsie veroorzaken, en een teveel aan dopamine kan voor psychoses zorgen.Naast genetische kwetsbaarheden, kunnen sommige factoren bijdragen aan een disbalans van deze neurotransmitters. Een hormonale disbalans (bijvoorbeeld door veel en langdurige stress), slecht functionerende darmen (met een overgroei aan gisten, parasieten en schimmels) of een slecht en ongezond voedingspatroon (veel vet, suiker en/of bewerkt eten) zijn van invloed. Ook roken en/of weinig lichaamsbeweging hebben een negatieve uitwerking op de neurotransmitters. Een gezond en gevarieerd voedingspatroon, met voldoende beweging kan bijdragen aan een gezonde balans van deze transmitters waardoor het risico op eerder genoemde ziekten kan worden verkleind.
Reactie plaatsen